Grote jongens

Grote jongens

Kleine jongens worden groot. Niet alleen letterlijk, met hun kledingmaat 104 en schoenmaat 27, maar ook figuurlijk. Ze krijgen een eigen mening, vooral over dingen die wij liever beslissen. Ze willen alles zelf doen, vooral dingen die voor vertraging zorgen. Ze spelen rollenspellen en praten met de wijsheid van een volwassene. Het ergste van alles; ze hebben hun papa en mama steeds een beetje minder nodig..boehoe.

Blog kleine jongens worden groot

Senne en Quinn worden eind juni 3 jaar. Ze groeien als kool, wegen zo’n 16 kilo “per stuk” en leven op letterlijk grote voeten. Ze willen zelf sokken uitkiezen. Knalgroene met een krokodil die nergens mee matchen. Ze willen graag hun pyjama aanhouden. Dat zit lekker, dus waarom al dat gedoe met kleren. Ze willen ook zelf hun laarzen en jas aan en uit doen. Dat kost s‘ochtends zo’n 10 minuten extra en resulteert in laarzen die verkeerd om zitten, een jas die binnenste buiten zit en een gefrustreerd kind dat goed begrijpt dat het niet helemaal gelukt is.

Selluf doen
De mannen hebben een eigen besteksetje, met mes. Zo kunnen ze hun eigen pannenkoeken snijden, zo’n 2 a 3 per persoon. Ze willen graag naast ons aan tafel zitten, niet meer aan de kop van de tafel. Ze gaan binnenkort over op een peuterbed en dekbed. We nemen afscheid van de ledikantjes, slaapzakken en.. snik.. onze Easy Walker kinderwagen. Want de heren willen “selluf lope mama!”.

Dapper proberen wij goede ouders te zijn. We prijzen ze en moedigen ze aan. “Jij bent een grote jongen!” zeg ik als de jongens zelf van de trap af lopen. Als ik een paar dagen later van de trap af loop, roept Quinn “Jij bent ook een grote jongen mama!”. En als papa na een wandeling zegt “we gaan eerst even handen wassen, jullie zijn vieze varkentjes”, is de reactie “nee, ikke niet een vies varkentje, papa, ikke ben grote jongen”.

Grote jongens
Grote jongens helpen graag mee. Met tafel dekken (er sneuvelde onder meer een mooie mok van Blond), met gras maaien (dan is de bandbreedte zeer beperkt) en met gras opruimen (zucht..). Ook zeer interessant is papa die klust. De accuboormachine, schroevendraaiers, hamers en sleutels worden bestudeerd en, als papa niet oppast, in beslag genomen. Dus kocht mama via Marktplaats een doos speelgoed gereedschap, waar tot grote vreugde van de jongens ook machines in zitten die geluid maken.

Sindsdien wordt er veel gebouwd en verbouwd in huize Van Dijk & Zonen B.V. Op gevaarlijke hoogte worden planken op stoelen op tafels “getimmerd”, wordt de zaag overal ingezet en worden sleutelgaten nog even goed “gemaakt”. Ze houden het gereedschap verrassend goed vast, steken het puntje van hun tong uit de mond en kijken er zeer serieus bij. Ik zou bijna zeggen; ga maar stage lopen bij de Klussenier. Totdat Quinn zijn speelgoed slijptol pakt, denkbeeldig een paar toetsen op het handvat intoetst , de tol dan tegen zijn oor houdt en zegt “Hallo? Ja, ikke ff maken, moet ff bouwen, ja, doei!” Toch maar even bij speelgoed gereedschap houden..

Rollenspel
Om inspiratie op te doen, fietsen we regelmatig langs een bouwplaats. Vaak wordt er gebouwd, maar op het moment wordt er een flat afgebroken. “Mama, een graafmachine!” roepen de jongens enthousiast. We gaan kijken. Maar afbreken is iets anders dan bouwen. En dat maakt veel indruk. Vooral Senne vindt het niets. “Ik vin het niet leuk mama,” zegt hij. We gaan dus verder. Quinn slikt het met de woorden: “Ik vin wel leuk mama. Jij vin niet leuk Senne? Nee? Kom maar lieverd, we gaan naar kinderboerderij.” Schatje. Papegaai. Mamegaai in dit geval.

Het “napraten” van papa en mama gaat over in rollenspellen. ’s Avonds in bed speelt Senne voor baby. “Whee whee wheeee”, huilt hij. Dat doen de baby’s op het kinderdagverblijf immers ook. “Ben jij baby?” vraagt Quinn. “Ja, whee wheee.” “Ach, lieverd.” “Nu ikke baby?” “Whee wehee,” huilt Senne nog steeds. Quinn wordt het zat: “Nee! Senne! Nu ik ben baby!” Helaas, het heeft geen resultaat. De volgende avond heeft hij meer te vertellen. “Senne, jij die pakken?” horen we dan. “Nee, kan niet bij.” “Senne, jij pakken!” “Ok”. Als we later op hun kamer komen, ligt alles wat op de vensterbank stond bij Quinn in bed. Lampionnetjes , vogelhuisjes, speelgoed. De waxinelichtjes op batterijen uit de lampionnetjes liggen gezellig te branden onder de bedjes, die overdwars in de kamer staan. De jongens zijn diep in slaap.

Doei mama
Tijdens de meivakantie beseffen we pas echt hoe snel het gaat. Geen campingbedjes meer, geen kinderstoelen, geen kinderwagen. Handig. Zeker als je gaat kamperen. Maar daar stopt de ontwikkeling niet. Ze weten ons feilloos aan beloften te herinneren, we moeten erg op onze woorden letten en ze voeden elkaar op. Als Senne worstelt met speelgoed en gefrustreerd allerlei geluiden produceert, zegt Quinn met stalen gezicht; “Senne, dan vraag je “mama, wil je even helpen?”. Er staan ook ineens andere kindjes in onze tent. En Quinn staat bij andere kindjes in de tent. En als de air trampoline opgeblazen is, zeggen de mannen “we gaan springen mama, doei!”. Gert-Jan slaat een arm om me heen en van een afstandje houden we ze in de gaten. “Wat gaan ze hard he?” “Ja, ’t worden grote jongens.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>